Terug naar de kennisbank

Vergeetachtigheid of cognitieve achteruitgang: wat is het verschil?

Geschreven door de redactie van Remind Bijgewerkt op

Een vrouw zit in een leunstoel bij het raam en kijkt rustig voor zich uit.

Bijna iedereen wordt vergeetachtiger met de jaren, en dat hoort bij normaal ouder worden. Van cognitieve achteruitgang spreken we pas als meerdere functies minder goed gaan, het geleidelijk erger wordt, en het je dagelijks leven begint te raken. Het verschil zit dus niet in één moment, maar in hoe vaak het gebeurt, waar het over gaat en of het jou en de mensen om je heen opvalt.

Iedereen vergeet weleens iets

Je loopt naar boven en weet niet meer waarvoor. Een naam die je zeker weet wil er even niet uit. Je zoekt je sleutels en ze blijken in je jaszak te zitten.

Dit soort momenten horen bij het leven, en ze komen vaker voor naarmate je ouder wordt. Je brein verwerkt informatie langzamer dan op je dertigste, en je hebt meer tijd nodig om iets nieuws op te slaan. Dat is geen ziekte. Dat is veroudering, net zoals je ogen minder scherp worden.

Wat mensen bezighoudt is de vraag die daarachter zit: hoe weet ik of dit bij mij ook gewoon ouder worden is? Waar vergeten meestal door komt, van stress tot slecht slapen, lees je in vergeetachtig: wat is normaal en waar komt het door?

Wat we normale vergeetachtigheid noemen

Normale vergeetachtigheid gaat meestal over kleine, alledaagse dingen. Je vergeet waar je iets hebt neergelegd, je moet even zoeken naar een woord, je mist een afspraak die je later op de dag weer weet.

Twee dingen zijn kenmerkend. Het is tijdelijk: de informatie is er nog, je komt er alleen niet meteen bij. En het houdt je niet tegen. Je doet je boodschappen, je rijdt auto, je regelt je zaken zoals je dat altijd deed.

Is vergeetachtigheid op je 60e normaal?

Meestal wel. Rond je zestigste merken de meeste mensen dat namen er minder snel uit komen, dat ze iets nieuws vaker moeten horen voor het blijft hangen, en dat ze sneller afgeleid zijn als er veel tegelijk gebeurt. Dat is het tempo van je brein dat afneemt, niet je geheugen dat verdwijnt.

Wat op die leeftijd meestal gelijk blijft of zelfs groeit: je woordenschat, je kennis en je ervaring. Ben je een naam even kwijt, maar weet je het verhaal eromheen nog precies, dan is dat het gewone patroon.

Minder gewoon, op welke leeftijd ook:

  • je raakt de weg kwijt in een buurt die je goed kent
  • je stelt dezelfde vraag meerdere keren kort na elkaar
  • vertrouwde taken, zoals koken of je bankzaken, lukken niet meer zoals vroeger
  • je vergeet hele gebeurtenissen, niet alleen details
  • mensen om je heen beginnen erover

Herken je iets uit dit lijstje, en houdt het aan, lees dan verder bij de vier vragen hieronder en bespreek het met je huisarts.

Wat cognitieve achteruitgang betekent

Cognitieve achteruitgang is een breder begrip dan geheugen alleen. Het gaat om hersenfuncties die minder goed gaan werken, en geheugen is er daar één van. Denk ook aan:

  • aandacht en concentratie vasthouden
  • plannen en organiseren
  • problemen oplossen waar je eerder niet over hoefde na te denken
  • weten waar je bent of welke dag het is
  • taal: het juiste woord vinden, een gesprek volgen

Achteruitgang betekent bovendien dat het een richting heeft. Het gaat niet om een slechte week, maar om iets dat over maanden of jaren geleidelijk verandert.

Gewone vergeetachtigheidCognitieve achteruitgang
Waar het over gaatKleine, alledaagse dingen: een naam, je sleutelsMeer dan geheugen: ook plannen, taal, aandacht en weten waar je bent
Hoe het verlooptKomt en gaat, vaker in drukke of zware periodesWordt over maanden of jaren geleidelijk erger
TerugvindenHet schiet je later vaak weer te binnenHet blijft vaker weg, ook als iemand je op weg helpt
Dagelijks levenJe regelt je zaken zoals altijdWat vanzelf ging, kost moeite of wordt vermeden
Wie het merktVooral jijzelfVaak eerst de mensen om je heen

Wat is MCI?

MCI staat voor mild cognitive impairment, in het Nederlands een lichte cognitieve stoornis. Het zit tussen gewone vergeetachtigheid en dementie in. Het geheugen of het denken gaat duidelijk minder goed dan je op jouw leeftijd zou verwachten, en dat is te zien in tests. Maar je redt je in het dagelijks leven nog grotendeels zelf.

Drie dingen zijn goed om te weten:

  • MCI is geen dementie. Bij dementie raken de problemen je dagelijks leven zo dat je hulp nodig hebt. Bij MCI is dat nog niet zo.
  • Het heeft niet altijd dezelfde oorzaak. Soms is MCI een vroeg teken van een ziekte die later tot dementie leidt. Soms zit er iets anders achter, zoals somberheid, slecht slapen, medicijnen of een tekort dat te verhelpen is.
  • Het loopt niet bij iedereen hetzelfde af. Een deel van de mensen met MCI krijgt later dementie, maar lang niet iedereen. Bij een deel blijft het stabiel, en bij sommigen gaat het weer beter.

MCI stel je niet zelf vast. Dat doet een arts, met gesprekken en tests, vaak op de geheugenpoli na een verwijzing van de huisarts. Wat je zelf wel kunt doen: veranderingen bijhouden, zodat je bij de huisarts iets concreets kunt vertellen.

Waar het verschil zit

Er is geen enkel voorval dat de knoop doorhakt. Wat wel houvast geeft, zijn vier vragen.

  • Gebeurt het vaker dan vroeger?

    Niet vaker dan bij een ander, maar vaker dan bij jou een jaar of twee geleden. Jij bent je eigen ijkpunt.

  • Waar gaat het over?

    Een naam kwijtraken is iets anders dan de weg kwijtraken in een buurt die je kent. Hoe automatischer iets vroeger ging, hoe meer het zegt als het nu moeite kost.

  • Merken anderen het ook?

    Dit is misschien wel het bruikbaarste signaal. Mensen die je dagelijks meemaken zien veranderingen vaak eerder dan jijzelf, omdat je je eigen aanpassingen niet opmerkt.

  • Zit het je in de weg?

    Zolang je doet wat je altijd deed, is er iets anders aan de hand dan wanneer je dingen begint te vermijden of te laten liggen.

Waarom één moment weinig zegt

Iedereen heeft mindere dagen. Slecht geslapen, stress, een verkoudheid, medicijnen, te veel gedronken de avond ervoor: het beïnvloedt allemaal hoe goed je hoofd het doet. Wie zichzelf test op zo’n dag schrikt van de uitslag, terwijl er niets veranderd is.

Daarom is één meting geen antwoord. Wat wél iets zegt is een reeks: dezelfde meting, herhaald over maanden, waarin je ziet wat voor jou gewoon is en of daar een richting in zit. Een uitschieter valt dan op als uitschieter, en niet als oordeel.

Normaal voor jou
Eén slechte dag: de meting zakt even, en daarna gaat alles verder zoals het ging.

Wat je zelf kunt doen

Dit is het deel dat vaak ondersneeuwt. Een aanzienlijk deel van de gevallen van dementie hangt samen met factoren die je kunt beïnvloeden. Onderzoekers van Maastricht University brachten die samen in de LIBRA-score: vijftien factoren, waaronder bloeddruk, bewegen, roken, slaap, gehoor, stemming en sociale contacten.

Dat is geen garantie, en niemand kan beloven dat je met gezond leven niets overkomt. Maar het is wel het tegenovergestelde van machteloos afwachten, en het werkt op elke leeftijd. Lees over de vijftien leefstijlfactoren, of over wat onderzoek zegt over leefstijl en je risico op dementie.

Bronnen